B2Kabinetten

Wat coalities beloofden en wat er terechtkwam.

Per kabinet sinds 1994: welke partijen meeregeerden, hoe lang het zat, waarom het eindigde, welke maatregelen aantoonbaar zijn doorgevoerd en welke doelen wel zijn belooft maar niet gehaald.

Een coalitieakkoord is een voornemen, geen wet. Daarom staat bij elke bewering of het om een aangenomen of uitgevoerde maatregel gaat, en niet om een ambitie uit een akkoord. Elke bewering heeft een bron. Bijgewerkt op 2026-09-15.

ZittendNu aan het werk
01Alle kabinetten, nieuwste eerst

11 afgeronde kabinetten sinds 1994.

02Records en uitzonderingen

Wat in de parlementaire geschiedenis maar één keer gebeurde.

De langste en de kortste kabinetten, de traagste en de snelste formaties, en de uitzonderingen die het stelsel zelf blootleggen.

Hoe lang een kabinet zat

  1. Langstzittende kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog: Rutte II (VVD en PvdA) zat de volledige parlementaire periode uit.

    Bron bij dit record

    1816 dagen, van 5 november 2012 tot 26 oktober 2017

  2. Tweede langstzittende kabinet sinds 1945: Lubbers III (CDA en PvdA), dat eveneens de hele periode uitzat.

    Bron bij dit record

    1748 dagen

  3. Derde langstzittende kabinet sinds 1945: Den Uyl (PvdA, D66, PPR, KVP en ARP), dat kort voor de verkiezingen viel.

    Bron bij dit record

    1683 dagen

  4. Kortstzittende kabinet na de Tweede Wereldoorlog: Van Agt II (CDA, PvdA en D66), dat viel op een conflict over bezuinigingen.

    Bron bij dit record

    261 dagen

  5. Kortste kabinet uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis: Colijn V werd twee dagen na zijn aantreden al demissionair, omdat het zijn eigen regeringsverklaring niet overleefde.

    Bron bij dit record

    16 dagen in 1939

  6. Langste demissionaire periode van een kabinet: Rutte III bleef na zijn val nog bijna een jaar doorregeren in demissionaire staat.

    Bron bij dit record

    360 dagen

Hoe lang een formatie duurde

  1. Langste kabinetsformatie ooit in Nederland: de formatie die leidde tot Rutte IV, na de verkiezingen van 17 maart 2021.

    Bron bij dit record

    299 dagen vanaf de verkiezingen

  2. Lange formatie die leidde tot Rutte III, nadat een eerdere poging met GroenLinks was mislukt. Dat was toen de langste sinds 1945.

    Bron bij dit record

    225 dagen

  3. Lange formatie die leidde tot het kabinet-Schoof, met een partijloze minister-president.

    Bron bij dit record

    223 dagen

  4. Snelste formatie na verkiezingen sinds 1946: die van Drees I, twee jaar na de oorlog.

    Bron bij dit record

    31 dagen

  5. Snelste formatie van een overgangskabinet: Balkenende III kwam er in een week, direct na de val van Balkenende II.

    Bron bij dit record

    7 dagen

  6. Gemiddelde duur van een kabinetsformatie na verkiezingen sinds 1946, tussenkabinetten niet meegerekend.

    Bron bij dit record

    114 dagen

Wat een kabinet bijzonder maakte

  1. Het grootste aantal partijen in een naoorlogs kabinet is vijf. Dat gebeurde onder meer bij Biesheuvel I, dat met één informateur en één formateur werd gevormd.

    Bron bij dit record

    maximaal 5 partijen

  2. Er is sinds 1945 nooit een kabinet geweest met bewindslieden uit één partij.

    Bron bij dit record

    minimaal 2 partijen

  3. Het bekendste gedoogkabinet: Rutte I regeerde met VVD en CDA zonder eigen meerderheid, op basis van een gedoogakkoord met de PVV.

    Bron bij dit record

    VVD en CDA plus gedoogsteun PVV

  4. Het eerste echte minderheidskabinet sinds 1945: het kabinet-Jetten, dat zonder meerderheid in beide Kamers regeert.

    Bron bij dit record

    66 van 150 zetels

  5. Het kabinet-Schoof week af van alle voorgangers doordat het een partijloze minister-president had en doordat radicaalrechts deelnam.

    Bron bij dit record

    aangetreden op 2 juli 2024

Mijlpalen in de parlementaire geschiedenis

  1. Eerste vrouwelijke minister van Nederland: Marga Klompé (KVP), minister van Maatschappelijk Werk. In 1971 werd zij als eerste vrouw minister van Staat.

    Bron bij dit record

    13 oktober 1956

  2. Slechts drie keer in de parlementaire geschiedenis veroorzaakte het stemgedrag van de Eerste Kamer een kabinetscrisis. De laatste keer was de Nacht van Wiegel, toen een grondwetsvoorstel op één stem na geen tweederdemeerderheid haalde. Kok II bood zijn ontslag aan, maar bleef na een lijmpoging zitten.

    Bron bij dit record

    18 mei 1999