Verzorgingsstaat
Politiek-economisch model waarin de overheid uitgebreide sociale voorzieningen organiseert: zorg, onderwijs, sociale zekerheid.
De Nederlandse verzorgingsstaat groeide sterk tussen 1957 (AOW) en 1976 (WAO) en werd vanaf de jaren '80 hervormd ('no nonsense'-beleid). Sinds 2015 zijn delen van zorg en jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten, wat tot uitvoeringsproblemen en bezuinigingsdruk leidde.
IDEOLOGIE
Sociaal-democratie
Centrum-linkse stroming die markt accepteert maar publieke voorzieningen, herverdeling en arbeidsbescherming als kerntaken ziet.
Lees
IDEOLOGIE
Subsidiariteit
Principe dat beleid op het laagst mogelijke bestuursniveau moet worden gemaakt: Europees, nationaal, lokaal of bij burgers zelf.
Lees
Bestaanszekerheid
Politiek begrip dat duidt op een minimum aan zekerheid in inkomen, wonen en zorg dat de overheid moet borgen.
Toeslagenaffaire
Schandaal waarbij de Belastingdienst tussen ca. 2005-2019 onterecht duizenden ouders als fraudeurs aanmerkte bij kinderopvangtoeslag.
Gendergelijkheid
Streven naar gelijke rechten, kansen en behandeling van mensen ongeacht gender; raakt aan onderwijs, werk, gezondheidszorg, recht.