Sociaal-democratie
Centrum-linkse stroming die markt accepteert maar publieke voorzieningen, herverdeling en arbeidsbescherming als kerntaken ziet.
Sociaal-democratische partijen kwamen op in de 19e eeuw uit de arbeidersbeweging. Hun klassieke instrumenten zijn progressieve belasting, collectief arbeidsrecht, publieke zorg en onderwijs. In Nederland is GroenLinks-PvdA (sinds 2023) de grootste sociaal-democratische groepering.
Polderen
Typisch Nederlandse vorm van compromis-besluitvorming tussen overheid, werkgevers, vakbonden en maatschappelijke organisaties.
Subsidiariteit
Principe dat beleid op het laagst mogelijke bestuursniveau moet worden gemaakt: Europees, nationaal, lokaal of bij burgers zelf.
Soevereiniteit
Het hoogste gezag van een staat over een grondgebied en bevolking, zonder externe inmenging.
Keynesianisme
Economische school die overheidsuitgaven bepleit in tijden van recessie om vraag te stimuleren en werkgelegenheid te beschermen.
Liberalisme
Politieke filosofie die individuele vrijheid, rechtsstaat en (vaak) vrije markt centraal stelt.
Christen-democratie
Politieke stroming die christelijke ethiek combineert met sociale marktwerking, gespreide verantwoordelijkheid en EU-engagement.