Soevereiniteit
Het hoogste gezag van een staat over een grondgebied en bevolking, zonder externe inmenging.
Soevereiniteit is sinds de Vrede van Westfalen (1648) een kernconcept in internationale politiek. In het tijdperk van EU-recht en internationale verdragen is de strikte versie zeldzaam: nationale parlementen delen bevoegdheden vrijwillig met supranationale organisaties.
IDEOLOGIE
Subsidiariteit
Principe dat beleid op het laagst mogelijke bestuursniveau moet worden gemaakt: Europees, nationaal, lokaal of bij burgers zelf.
Lees
EUROPA
Europese Unie
Politiek-economische unie van 27 lidstaten, met gedeeltelijk gepoolde soevereiniteit, één markt en, voor 20 leden, één munt.
Lees
Polderen
Typisch Nederlandse vorm van compromis-besluitvorming tussen overheid, werkgevers, vakbonden en maatschappelijke organisaties.
Subsidiariteit
Principe dat beleid op het laagst mogelijke bestuursniveau moet worden gemaakt: Europees, nationaal, lokaal of bij burgers zelf.
Keynesianisme
Economische school die overheidsuitgaven bepleit in tijden van recessie om vraag te stimuleren en werkgelegenheid te beschermen.
Liberalisme
Politieke filosofie die individuele vrijheid, rechtsstaat en (vaak) vrije markt centraal stelt.
Sociaal-democratie
Centrum-linkse stroming die markt accepteert maar publieke voorzieningen, herverdeling en arbeidsbescherming als kerntaken ziet.
Christen-democratie
Politieke stroming die christelijke ethiek combineert met sociale marktwerking, gespreide verantwoordelijkheid en EU-engagement.