Keynesianisme
Economische school die overheidsuitgaven bepleit in tijden van recessie om vraag te stimuleren en werkgelegenheid te beschermen.
Naar de Britse econoom John Maynard Keynes (1883–1946), die tegen het orthodoxe begrotingsdenken inging tijdens de jaren '30. Tegenwoordig is keynesiaans beleid mainstream in noodsituaties (corona, energiecrisis), maar in 'normale' tijden domineert de discipline van staatsschuld-regels (zie 'begrotingsregels').
Polderen
Typisch Nederlandse vorm van compromis-besluitvorming tussen overheid, werkgevers, vakbonden en maatschappelijke organisaties.
Subsidiariteit
Principe dat beleid op het laagst mogelijke bestuursniveau moet worden gemaakt: Europees, nationaal, lokaal of bij burgers zelf.
Soevereiniteit
Het hoogste gezag van een staat over een grondgebied en bevolking, zonder externe inmenging.
Liberalisme
Politieke filosofie die individuele vrijheid, rechtsstaat en (vaak) vrije markt centraal stelt.
Sociaal-democratie
Centrum-linkse stroming die markt accepteert maar publieke voorzieningen, herverdeling en arbeidsbescherming als kerntaken ziet.
Christen-democratie
Politieke stroming die christelijke ethiek combineert met sociale marktwerking, gespreide verantwoordelijkheid en EU-engagement.