Subsidiariteit
Principe dat beleid op het laagst mogelijke bestuursniveau moet worden gemaakt: Europees, nationaal, lokaal of bij burgers zelf.
Subsidiariteit komt uit de katholieke sociale leer en is verankerd in het EU-verdrag. Het wordt door uiteenlopende stromingen omarmd: christen-democraten leggen het bij gezin en gemeenschap, EU-sceptici bij de natiestaat, anarchisten bij vrijwillige verbanden.
Polderen
Typisch Nederlandse vorm van compromis-besluitvorming tussen overheid, werkgevers, vakbonden en maatschappelijke organisaties.
Soevereiniteit
Het hoogste gezag van een staat over een grondgebied en bevolking, zonder externe inmenging.
Keynesianisme
Economische school die overheidsuitgaven bepleit in tijden van recessie om vraag te stimuleren en werkgelegenheid te beschermen.
Liberalisme
Politieke filosofie die individuele vrijheid, rechtsstaat en (vaak) vrije markt centraal stelt.
Sociaal-democratie
Centrum-linkse stroming die markt accepteert maar publieke voorzieningen, herverdeling en arbeidsbescherming als kerntaken ziet.
Christen-democratie
Politieke stroming die christelijke ethiek combineert met sociale marktwerking, gespreide verantwoordelijkheid en EU-engagement.